Stichting Opleidingsfonds Levensmiddelenindustrie
  info@sol-online.nl     |     (0318) 64 87 50 Stichting Opleidingsfonds Levensmiddelenindustrie

Kennismodule

Fiscale mogelijkheden EVC
Als werkgever kunt u om verschillende redenen met EVC aan de slag gaan. Bijvoorbeeld omdat u binnen enkele jaren een kennisachterstand van uw werknemers verwacht. Het kabinet en de sociale partners hechten groot belang aan scholing van werknemers in het algemeen en in het bijzonder aan het instrument Erkenning van Verworven Competenties (EVC). Vandaar dat ze zich hebben hardgemaakt voor de totstandkoming van de fiscale aftrekbaarheid van EVC. Met deze financiële ondersteuning willen de partijen meer werkgevers stimuleren aan de slag te gaan met het instrument.

Sinds 1 januari 2007 is in de afdrachtvermindering onderwijs (voluit Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor volksverzekeringen) een onderdeel toegevoegd voor EVC-procedures.

U mag werknemers die zelf een EVC-procedure volgen sowieso de kosten ervan onbelast vergoeden aangezien die sinds 1 januari 2009 als studiekosten kwalificeren. Als u die kosten vergoedt, heeft u bovendien recht op de afdrachtvermindering onderwijs à € 319,- per procedure. De Kwaliteitscode EVC vormt de basis voor de aftrekbaarheid van kosten van een EVC-procedure.

De enige voorwaarde die wordt gesteld is dat de factuur die is betaald, afkomstig is van een (voorlopig) erkend aanbieder van EVC.

Fiscaal voordeel voor het dienst houden van 62 jaar of oudere werknemer
Als een werkgever een werknemer van 62 jaar of ouder in dienst houdt komt hij in aanmerking voor de premiekorting oudere werknemers. Vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de werknemer 62 jaar wordt (en die werknemer nog in dienst is) mag de premiekorting worden toegepast. Bij een dienstverband van ten minste 36 uur heeft de werkgever recht op een premiekorting van € 2750 per jaar. Bij een dienstverband van minder dan 36 uur wordt de premiekorting naar rato toegepast. Deze premiekorting mag maximaal 3 jaar duren.

Voor de categorie werknemers die op 01-01-2009 55,5 jaar of ouder is en waarvoor de werkgever in 2008 de premievrijstelling toepaste is er een overgangsregeling. Voor deze werknemers mag de werkgever in 2009 de premievrijstelling blijven toepassen. De werknemer moet dan nog wel in dienst zijn en nog geen 62 jaar zijn. Vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de werknemer 62 jaar wordt (en die werknemer nog in dienst is), mag niet meer de premievrijstelling worden toegepast maar de premiekorting voor oudere werknemers.

In dienst nemen van werknemers van 50 jaar of ouder.
Deze premiekortingsregeling beoogt dat oudere werklozen sneller weer aan de slag raken en minder lang werkloos zijn. De lasten van werkloosheidsuitkeringen kunnen hierdoor naar verwachting structureel met €|100 miljoen dalen. Tevens geldt dat de nieuwe premiekortingsregeling de van-baan-naar-baanmobiliteit van oudere werknemers op termijn indirect kan stimuleren. Bij het vrijwillig wisselen van baan kan de angst voor eventueel ontslag als gevolg van een mislukte overstap en daaropvolgende werkloosheid, afnemen voor ouderen als blijkt dat mede dankzij deze maatregel werkloze ouderen betere baankansen hebben dan nu.

De premiekorting voor oudere werknemers is een vast bedrag dat behoort bij een dienstbetrekking van ten minste 36 uur per week. Dit bedrag wordt evenredig verminderd indien de werknemer minder dan 36 uur werkzaam is. Bij een dienstbetrekking van 24 uur is het bedrag dus 24/36 van€ 6.500,- = € 4.333,-. De kortingsregeling voor ouderen stimuleert dus om het aantal uren arbeidsparticipatie te maximeren.

De bestaande vrijstellingssystematiek stelt de werkgever vrij van het betalen van premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds over het loon van de werknemer. De premievrijstelling loopt op met het inkomen tot het maximumpremieloon is bereikt en de stimulans neemt vanwege het absolute bedrag toe naarmate het inkomen van de werknemer hoger is (tot het maximumpremieloon).

Scholingsbonus voor met ontslag bedreigde werknemers
Werkgevers die een elders met ontslag bedreigde werknemer aannemen, kunnen hiervoor een scholingsbonus krijgen van maximaal € 2.500,- op voorwaarde dat het bedrijf of de instelling er zelf minimaal hetzelfde bedrag bijlegt. Het maakt niet uit uit welke sector een werknemer komt. De bonus geldt zowel voor bedrijven als voor overheidswerkgevers. De hoogte van de bonus is afhankelijk van de bijdrage van een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds (O+O) indien aanwezig, in de betreffende sector. Minister Donner komt hiermee tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer om de betrokkenheid van de O+O-fondsen bij de crisisaanpak verder te vergroten.

De scholingsbonus is onderdeel van een totaalpakket aan crisismaatregelen, zoals is aangekondigd in het ‘overzicht maatregelen arbeidsmarkt’ van 25 maart 2009. Het kabinet stelt van 2009 tot en met 2011 in totaal € 700 miljoen beschikbaar voor de crisismaatregelen voor de arbeidsmarkt. Met de bonus is hiermee € 72 miljoen gemoeid. Daarnaast is er € 57 miljoen beschikbaar voor ervaringscertificaten (evc’s) en ervaringsprofielen (evp’s) die de bestaande competenties van werknemers vastleggen die niet beschikken over een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Met die evc’s en eventueel aanvullende scholing maken werknemers meer kans op de arbeidsmarkt.

Leeftijdsbewust beleid - Hou de levensmiddelenindustrie gezond